ik laat banden in meerdere fabrieken maken hoe combineer ik dat in één productpaspoort
Eén paspoort per band, gekoppeld aan de fabriek die hem maakte
Een productpaspoort hoort bij één product, geproduceerd op één plek onder één verantwoordelijkheid — niet bij een assortiment. Als eenzelfde bandtype in meerdere fabrieken wordt gemaakt, betekent dat in de praktijk meerdere paspoorten: één per fabriek, per productielocatie of per productievariant, afhankelijk van waar de gegevens daadwerkelijk verschillen. De gegevens die per fabriek kunnen afwijken — samenstelling, testresultaten, herkomst van grondstoffen — horen bij die specifieke fabriek. Wat gelijk is over alle fabrieken heen, zoals het modelnummer of de algemene productbeschrijving, kan gedeeld worden, maar de combinatie van fabriek plus product bepaalt welk paspoort bij welke band hoort.
Voor wie dit relevant is, en voor wie niet
Dit speelt voor bedrijven die banden onder eigen merk of specificatie laten produceren bij meerdere toeleveranciers, of die eenzelfde bandtype inkopen bij verschillende fabrieken om leveringszekerheid te hebben. Het speelt niet voor een groothandel die kant-en-klare, reeds gepaspoorte banden doorverkoopt: die krijgt het paspoort al aangeleverd en hoeft niets samen te stellen. Ook een fabrikant met één productielocatie heeft dit vraagstuk niet: daar is de koppeling tussen product en fabriek vanzelfsprekend. Het onderwerp wordt vooral relevant voor wie zelf als importeur of merkeigenaar optreedt en verantwoordelijk is voor het samenstellen van het paspoort uit gegevens die van verschillende kanten binnenkomen. Of een band überhaupt onder de verplichting valt, staat beschreven op de pagina over of het productpaspoort voor uw banden geldt; dat is een eerdere vraag dan de vraag hoe je meerdere fabrieken combineert.
De datum staat nog niet vast; de systematiek al wel
Wanneer het productpaspoort voor banden verplicht wordt, ligt nog niet vast. De ESPR zelf (Verordening (EU) 2024/1781) is de kaderwet; de concrete verplichting voor banden komt via een gedelegeerde handeling die specifiek voor deze productgroep wordt opgesteld. Die handeling is er voor banden nog niet. Meer uitleg over wat een gedelegeerde handeling precies is en waarom die bepalend is voor de datum, staat op de pagina over gedelegeerde handelingen. Tot die handeling gepubliceerd is, staat wel al vast dat de ESPR een systematiek voorschrijft waarin het paspoort per product is gekoppeld aan een verantwoordelijke actor in de toeleveringsketen (artikel 38 van de ESPR). Die systematiek verandert niet meer, ook al is de ingangsdatum voor banden nog open. Zodra die datum bekend is, wordt deze pagina bijgewerkt; een algemeen overzicht van de verwachte planning staat op de pagina over wanneer het paspoort verplicht wordt.
Hoe dit in de praktijk wordt aangepakt
De eerste stap is nagaan of de banden uit de verschillende fabrieken werkelijk identiek zijn, of dat er verschillen zitten in samenstelling, testdata of grondstofherkomst. Vaak is dat laatste het geval, ook als het eindproduct voor de klant identiek oogt. De tweede stap is per fabriek een eigen gegevensset opvragen: niet één algemene set voor het hele assortiment, maar een set die aantoonbaar bij die specifieke productielocatie hoort. Welke gegevens dat precies zijn, staat beschreven op de pagina over wat u van uw leverancier opvraagt. De derde stap is die levering vastleggen richting elke fabriek afzonderlijk, zodat helder is wie welke gegevens aanlevert en wanneer — dat kan het beste al bij het opstellen of vernieuwen van het inkoopcontract, zoals toegelicht op de pagina over afspraken in het inkoopcontract. De vierde stap is de gegevens controleren voordat ze in een paspoort terechtkomen, wat vooral relevant is wanneer meerdere fabrieken los van elkaar gegevens aanleveren en onderlinge verschillen niet altijd meteen opvallen; zie daarvoor de pagina over het controleren van gegevens. Pas als deze stappen doorlopen zijn, kan per fabriek een paspoort worden samengesteld dat aansluit bij wat er daadwerkelijk geproduceerd wordt.
Waar dit uit volgt: artikel 38 en artikel 10 van de ESPR
Artikel 38 van de ESPR beschrijft de vereisten voor actoren in de toeleveringsketen en legt daarmee de verantwoordelijkheid voor de juistheid van gegevens bij de partij die deze aanlevert — wat betekent dat gegevens per fabriek herleidbaar moeten blijven tot die fabriek. Artikel 10 van de ESPR beschrijft de vereisten voor het digitale productpaspoort zelf, waaronder dat het paspoort gekoppeld is aan een specifiek product of productmodel; een fabriek die afwijkt in samenstelling of productieproces raakt daarmee ook de inhoud van het paspoort. Voor wie banden van buiten de EU betrekt, komt daar de rol van de importeur bij: artikel 29 van de ESPR beschrijft de verplichtingen van importeurs, en artikel 15 van de ESPR beschrijft de douanecontroles op het digitale productpaspoort — relevant wanneer verschillende fabrieken zich buiten de EU bevinden. Meer over die situatie staat op de pagina over invoer van buiten de Europese Unie.
Wie nu al met meerdere fabrieken werkt, kan het beste beginnen met in kaart brengen welke gegevens per fabriek daadwerkelijk verschillen en dat vastleggen in de inkoopafspraken, zodat het paspoort straks — zodra de verplichting voor banden ingaat — zonder haastwerk per fabriek samengesteld kan worden.
Waar dit op gebaseerd is
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 38 (vereisten voor actoren in de toeleveringsketen)
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 10 (vereisten voor het digitale productpaspoort)
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 15 (douanecontroles met betrekking tot het digitale productpaspoort)
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 29 (verplichtingen van importeurs)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
Wat er van u wordt verwacht
Banden uit meerdere fabrieken laten produceren onder één eigen merk of specificatie is in de bandenbranche eerder de regel dan de uitzondering. Wie dat doet, krijgt met het digitaal productpaspoort een praktische vraag: is dat één paspoort per bandtype, of moet elke fabriekslocatie apart iets opleveren? De ESPR redeneert vanuit het product en de actoren in de toeleveringsketen, niet vanuit de productielocatie op zich.
Ieder fabricageadres levert zijn eigen gegevens aan
Artikel 38 van de ESPR beschrijft de vereisten voor actoren in de toeleveringsketen: iedere partij die bijdraagt aan het product, levert de informatie die binnen haar rol valt. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers dat banden bij meerdere fabrieken laat maken, betekent dit dat elke fabriek in principe haar eigen productiegegevens, materialen en testresultaten aanlevert — ook als het eindresultaat voor de klant één en dezelfde bandnaam of specificatie is. Praktisch is het zaak om per fabriek te weten welke gegevens zij zelf registreren en welke bij u als opdrachtgever vandaan moeten komen. Welke gegevens moet ik bij mijn leverancier van banden opvragen? geeft daarvoor een overzicht dat zich per fabriekslocatie laat herhalen.
Het paspoort moet inhoudelijk kloppen, per productmodel
Artikel 10 beschrijft de vereisten voor het digitale productpaspoort zelf: het moet de juiste informatie bevatten en die informatie moet actueel en controleerbaar zijn. Als twee fabrieken hetzelfde bandmodel maken met kleine verschillen in rubbersamenstelling of testwaarden, is dat inhoudelijk relevant. Eén paspoorttekst die geldt voor "het model" terwijl de werkelijke samenstelling per fabriek afwijkt, voldoet dan niet aan wat artikel 10 vraagt. Voor een bedrijf met meerdere productielocaties betekent dit dat vastgesteld moet worden of een bandmodel uit fabriek A werkelijk identiek is aan hetzelfde model uit fabriek B, of dat het in feite om twee net andere producten gaat die ieder een eigen paspoort verdienen.
Bij invoer uit derde landen is er een extra rol
Wie banden importeert die buiten de EU zijn gemaakt — vaak het geval bij meerdere fabrieken in bijvoorbeeld Zuidoost-Azië — krijgt daarnaast te maken met artikel 29, dat de verplichtingen van importeurs beschrijft, en met artikel 15 over douanecontroles met betrekking tot het digitale productpaspoort. Voor een importeur die van drie fabrieken tegelijk afneemt, is relevant dat het paspoort al aanwezig en controleerbaar moet zijn op het moment van invoer, per zending en per productmodel. Wat dit concreet inhoudt voor bedrijven die van buiten de EU inkopen, staat verder uitgewerkt op Wat betekent het productpaspoort als ik banden van buiten de EU invoer?
Waar het misgaat in de praktijk
Een aantal situaties komt in de praktijk steeds terug bij bedrijven die van meerdere fabrieken betrekken.
Eén paspoort voor een "productlijn" die in werkelijkheid uit varianten bestaat. De marketingnaam van een bandtype suggereert één product, maar de fabrieken gebruiken elk een eigen rubbermengsel of profielvariant. Het paspoort volgt dan de marketingnaam in plaats van de werkelijke technische samenstelling.
Fabriek levert gegevens in een ander format of taal dan de andere fabrieken. Bij twee of meer productielocaties, vaak in verschillende landen, komen technische dossiers in verschillende talen, eenheden of documentstructuren binnen. Dat maakt het samenvoegen tot één correct paspoort foutgevoelig.
Onduidelijk wie verantwoordelijk is als een fabriek stopt met een bepaalde lijn. Als één van de fabrieken de productie van een bandmodel beëindigt, blijft de vraag liggen wie de gegevens van dat model nog beheert en actueel houdt voor de resterende looptijd van het paspoort.
Gegevens van een nieuwe fabriek worden niet vergeleken met de bestaande. Bij uitbreiding naar een extra fabriek voor hetzelfde model wordt soms aangenomen dat de bestaande paspoorttekst zonder wijziging kan worden overgenomen, zonder te controleren of de technische gegevens van de nieuwe locatie werkelijk overeenkomen.
Importgegevens en fabrieksgegevens sluiten niet op elkaar aan. Bij invoer van banden uit meerdere fabrieken buiten de EU blijkt bij douanecontrole dat het paspoort niet aansluit op de daadwerkelijke herkomst van de specifieke zending, omdat interne administratie de fabrieken niet consequent onderscheidt.
Wat u kunt vastleggen
- Een overzicht per fabriek van welke gegevens zij zelf aanleveren en welke door u worden aangevuld, zodat duidelijk is waar een gat in de gegevens vandaan komt. Zie Welke gegevens moet ik bij mijn leverancier van banden opvragen? als uitgangspunt per fabriekslocatie.
- Contractuele afspraken met elke fabriek over de levering van paspoortgegevens, inclusief taal, format en moment van aanlevering. Hoe leg ik de levering van paspoortgegevens vast in mijn inkoopcontract? beschrijft hoe dat in een inkoopcontract wordt opgenomen.
- Een vaste werkwijze om te controleren of gegevens van verschillende fabrieken die onder dezelfde bandnaam vallen, inhoudelijk ook echt overeenkomen, voordat ze in één paspoort worden samengevoegd. Zie daarvoor Hoe controleer ik of de gegevens van mijn leverancier kloppen?
- Een interne lijst per bandmodel met de bijbehorende fabriekslocatie(s), zodat bij wijziging van leverancier of bij uitfasering van een fabriek duidelijk is welk paspoort daarbij hoort.
- Een vastgelegde procedure voor wat er gebeurt als een fabriek stopt met een model: wie de gegevens dan nog beheert, en hoe dat wordt vastgesteld richting de partij die het paspoort tien jaar hoort te kunnen laten zien.
- Bij invoer van buiten de EU: een koppeling tussen zendingsgegevens en fabrieksherkomst, zodat bij douanecontroles duidelijk is welk paspoort bij welke zending hoort.
Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.