tyrepas.eu

Hoe controleer ik of de gegevens van mijn leverancier kloppen?

De juistheid steunt op de voorgeschreven meetmethode, niet op een eigen hertest

Of de gegevens van een leverancier kloppen, is in de kern geen kwestie van het zelf overdoen van een meting, maar van nagaan of die gegevens tot stand zijn gekomen met de methode die de ESPR daarvoor voorschrijft. Artikel 39 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) bepaalt dat waarden die voor productgroepen worden opgegeven, moeten berusten op test-, meet- of berekeningsmethoden die betrouwbaar, nauwkeurig en reproduceerbaar zijn, en die zoveel mogelijk aansluiten bij erkende, actuele methoden en geharmoniseerde normen. Wie nagaat of leveranciersgegevens kloppen, kijkt dus in de eerste plaats naar de vraag of er een methode achter zit die aan die eisen voldoet, en niet naar een losse steekproef op het eindproduct. Daarnaast speelt artikel 40 een rol: dat artikel richt zich op het voorkomen dat een product zich tijdens een test anders gedraagt dan in normaal gebruik, of dat de prestaties na verloop van tijd ongemerkt teruglopen. Gegevens die op zo'n manier tot stand zijn gekomen, gelden niet als betrouwbaar in de zin van de verordening.

Voor wie dit geldt, en voor welke gegevens niet

Deze twee artikelen richten zich op de partij die de onderliggende technische waarden vaststelt: doorgaans de fabrikant, of de importeur die als fabrikant optreedt wanneer die het product onder eigen naam op de markt brengt. Ze gaan over de methode achter product­paspoortgegevens zoals prestaties, duurzaamheid of milieukenmerken van een productgroep zodra daarvoor een gedelegeerde handeling is vastgesteld. Ze gaan niet over commerciële of logistieke gegevens zoals prijs, herkomstland van levering of contractvoorwaarden, en ze schrijven ook geen algemene controleplicht voor aan wie de gegevens later ontvangt en doorgeeft, zoals een groothandel of wagenparkbeheerder. Voor banden is er op dit moment nog geen gedelegeerde handeling die deze methoden productspecifiek invult, dus is er ook nog geen vastgestelde meetmethode waaraan bandengegevens getoetst kunnen worden.

Nog geen vaste datum, wel een vaststaand kader

Wanneer deze artikelen concreet gaan werken voor banden, hangt af van het moment waarop de Europese Commissie een gedelegeerde handeling voor de productgroep banden vaststelt. Volgens het ESPR-werkplan 2025-2030 wordt die handeling in 2027 verwacht; een vaste datum is er nog niet. Tot die handeling er is, gelden artikel 39 en artikel 40 wel als algemeen kader binnen de ESPR, maar ontbreekt de productspecifieke invulling die nodig is om ze op banden toe te passen. Zodra de gedelegeerde handeling is gepubliceerd, wordt die datum en de inhoud ervan hier aangevuld.

Wat dit voor de praktijk betekent

Wie leveranciersgegevens voor een productpaspoort ontvangt, kan daarbij in deze volgorde te werk gaan. Eerst: nagaan of de opgave verwijst naar een methode, norm of testrapport, in plaats van naar een kale waarde zonder bron. Vervolgens: checken of die verwijzing een geharmoniseerde norm of een erkende methode betreft, aangezien dat het soort onderbouwing is dat artikel 39 als uitgangspunt neemt. Daarna: alert zijn op signalen die wijzen op de situatie die artikel 40 beoogt tegen te gaan, zoals opgaven die alleen onder testomstandigheden kloppen of die na verloop van tijd niet meer overeenkomen met de praktijk — de technische beoordeling daarvan ligt bij de fabrikant en bij markttoezicht, niet bij wie de gegevens ontvangt. Voor tyrepas.eu geldt daarbij dat het platform het paspoort samenstelt uit de gegevens die de fabrikant of importeur aanlevert, en dat hostt met de QR-datadrager; de verantwoordelijkheid voor de juistheid van de onderliggende waarden ligt bij wie ze heeft vastgesteld volgens artikel 39.

Waar dit uit volgt: artikel 39 en artikel 40 van de ESPR

De eis dat waarden op een betrouwbare, nauwkeurige en reproduceerbare methode moeten berusten, staat in artikel 39 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781). Het verbod op praktijken waarbij een product zich tijdens een test gunstiger voordoet dan in gebruik, of waarbij prestaties na verloop van tijd ongemerkt achteruitgaan, staat in artikel 40 van dezelfde verordening. Beide artikelen werken pas concreet uit zodra de productspecifieke gedelegeerde handeling voor de betreffende productgroep is vastgesteld.

Wie nu al met leveranciersgegevens werkt, kan vragen naar de testmethode of norm die aan een opgegeven waarde ten grondslag ligt, dat vastleggen in de eigen documentatie, en de publicatie van de gedelegeerde handeling voor banden volgen via de officiële bron of via de updates op tyrepas.eu.

Wat u concreet moet doen

Wat er van u wordt verwacht

De ESPR regelt op twee plekken iets dat direct raakt aan de vraag of leveranciersgegevens klopt: artikel 39 gaat over de methoden waarmee gegevens getest, gemeten en berekend worden, en artikel 40 gaat over het voorkomen van omzeiling en van verslechtering van prestaties. Voor een importeur of groothandel die het paspoort samenstelt op basis van wat de fabrikant aanlevert, betekent dit twee verschillende dingen.

Gegevens zijn tot stand gekomen via een vastgelegde methode

Artikel 39 van de ESPR schrijft voor dat test-, meet- en berekeningsmethoden betrouwbaar, nauwkeurig en reproduceerbaar zijn. Dat is in de eerste plaats een verplichting die bij de fabrikant of importeur ligt die de gegevens aanlevert, maar wie die gegevens overneemt in een paspoort heeft er wel degelijk iets aan: het geeft een aanknopingspunt om te vragen hoe een waarde is vastgesteld. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers betekent dit praktisch dat er iemand is die bij twijfel kan navragen volgens welke methode een testrapport is opgesteld, en dat die vraag niet raar is om te stellen — het is precies waar artikel 39 op ziet. Welke gegevens dat concreet zijn en hoe u ze opvraagt, staat beschreven op de pagina over welke gegevens u bij uw leverancier van banden moet opvragen.

Prestaties mogen niet verslechteren of omzeild worden

Artikel 40 van de ESPR richt zich op het voorkomen dat producten anders presteren onder testomstandigheden dan in normaal gebruik, en op het voorkomen dat prestaties na verloop van tijd verslechteren op een manier die niet in de gegevens tot uiting komt. Voor wagenparkbeheer en groothandel is dit relevant omdat het paspoort een momentopname is: de waarden die erin staan, horen te gelden voor het product zoals het daadwerkelijk gebruikt wordt, niet alleen onder testcondities. Praktisch betekent dit dat een bedrijf dat gegevens doorzet in een paspoort, geen inhoudelijke garantie geeft over hoe een band zich na jaren gebruik gedraagt, maar wel de gegevens doorgeeft zoals aangeleverd, zonder ze aan te passen of te "verbeteren".

Onderscheid tussen aanleveren en controleren

Wat nergens in artikel 39 of 40 staat, is een verplichting voor de partij die het paspoort laat samenstellen om zelf laboratoriumtests te herhalen of de meetmethode van de fabrikant te controleren. De verplichting om betrouwbare methoden te gebruiken ligt bij degene die de gegevens produceert. Voor een importeur die banden van buiten de EU haalt, ligt dat onderscheid soms genuanceerder, omdat de verantwoordelijkheid voor de juistheid van gegevens dan een stap dichterbij kan liggen — dat wordt toegelicht op de pagina over wat het productpaspoort betekent bij invoer van buiten de Europese Unie.

Waar het misgaat in de praktijk

Een paar situaties komen in de praktijk steeds terug bij bedrijven die gegevens van een leverancier doorzetten naar een paspoort.

Testrapport en productspecificatie komen niet overeen. Een leverancier stuurt een testrapport uit een ander jaar dan de huidige productie, of het rapport hoort bij een net iets andere uitvoering van de band. Niemand merkt het omdat het rapport er "compleet" uitziet.

Gegevens worden gekopieerd zonder dat duidelijk is wie ze heeft vastgesteld. Bij banden die via een tussenhandelaar binnenkomen, is niet altijd te zien of de oorspronkelijke fabrikant de metingen heeft gedaan, of dat de tussenhandelaar dat heeft overgenomen van een eerdere schakel. Dat maakt het moeilijk om bij twijfel de juiste partij te bevragen.

Bij meerdere productielocaties ontstaat ruis tussen partijen. Wanneer eenzelfde bandtype in meerdere fabrieken wordt gemaakt, verschillen de onderliggende testrapporten soms net genoeg om vragen op te roepen over welke waarde representatief is voor het paspoort. Hoe dat samenkomt in één paspoort staat beschreven op de pagina over het combineren van gegevens uit meerdere fabrieken.

Er wordt geen actie ondernomen bij een leverancier die niet reageert. Een vraag over de herkomst van een testmethode blijft onbeantwoord, en bij gebrek aan een reactie wordt de oorspronkelijke gegevensset toch gebruikt, zonder dat er een spoor van de vraag en het uitblijven van een antwoord is vastgelegd.

Contractueel is niets afgesproken over de kwaliteit van de aangeleverde gegevens. Inkoopcontracten regelen vaak prijs, levertijd en garantie op het product, maar niet wat er gebeurt als gegevens onvolledig, verouderd of inconsistent blijken. Daardoor is er bij een geconstateerd probleem geen basis om de leverancier aan te spreken.

Wat u kunt vastleggen

  • Een overzicht van welke gegevens per producttype zijn opgevraagd en ontvangen, met datum en versie, zodat bij twijfel te herleiden is welk testrapport bij welke levering hoort. De pagina over welke gegevens u bij uw leverancier van banden moet opvragen geeft een aanzet voor wat daarin thuishoort.
  • Correspondentie waarin om een testmethode of onderliggend rapport is gevraagd, inclusief het antwoord (of het uitblijven daarvan). Dit is met name relevant als later blijkt dat een leverancier de gegevens niet of te laat levert; zie de pagina over wat u kunt doen als uw leverancier de gegevens niet levert.
  • Een vastgelegde afspraak in het inkoopcontract over de levering en juistheid van paspoortgegevens, zodat de verantwoordelijkheid voor de herkomst van gegevens niet alleen mondeling is afgesproken. Hoe dat eruit kan zien, staat op de pagina over het vastleggen van de levering van paspoortgegevens in uw inkoopcontract.
  • Een notitie bij afwijkende of onduidelijke waarden, met de vraag die daarover aan de leverancier is gesteld en het antwoord dat is ontvangen, zodat bij een latere vraag van een handhavende instantie is te tonen dat een discrepantie is opgemerkt en opgevolgd.
  • Een dossier per productielocatie wanneer eenzelfde bandtype uit meerdere fabrieken komt, zodat verschillen tussen locaties niet vermengd raken in één ongedifferentieerde dataset.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.