tyrepas.eu

Mag ik onverkochte voorraad banden nog vernietigen?

Vernietigen is nu toegestaan, een verbod moet nog per productgroep komen

Onverkochte voorraad banden vernietigen is op dit moment niet verboden. De ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) introduceert wel het instrument om vernietiging van onverkochte consumptiegoederen te verbieden, maar dat verbod werkt niet automatisch voor alle producten. Het moet per productgroep apart worden ingevoerd via een gedelegeerde handeling van de Europese Commissie. Voor banden bestaat zo'n gedelegeerde handeling nog niet. Zolang die er niet is, valt het vernietigen van onverkochte bandenvoorraad niet onder een verbod op grond van de artikelen 23 tot en met 26 van de ESPR. Dat kan in de toekomst veranderen, maar op dit moment is er voor banden geen wettelijke belemmering vanuit deze verordening om onverkochte voorraad te vernietigen.

Het gaat om marktdeelnemers en om een verbod dat per product apart wordt vastgesteld

De ESPR-artikelen over vernietiging van onverkochte consumptiegoederen richten zich op marktdeelnemers die onverkochte producten binnen de EU afdanken: fabrikanten, importeurs en distributeurs. Het mechanisme werkt in twee lagen. Eerst is er een algemene mogelijkheid voor de Commissie om per productgroep een verbod in te stellen. Daarnaast bestaat er een transparantieverplichting, waarbij bepaalde ondernemingen inzicht moeten geven in de hoeveelheden onverkochte producten die zij afdanken en de reden daarvan. Deze bepalingen gelden dus niet als één alomvattend verbod voor alle producten tegelijk, en ook niet voor elk type onderneming op dezelfde manier. Voor banden is relevant dat er geen productspecifieke uitwerking bestaat: de algemene regeling in de ESPR is een kader, geen direct werkend verbod voor deze productgroep. Wat hier niet onder valt, is bijvoorbeeld het reguliere afvalbeheer van banden die al versleten of beschadigd zijn — dat is een ander onderwerp dan het vernietigen van onverkochte, nieuwe voorraad.

Een datum voor banden staat nog niet vast

Er is geen termijn te noemen waarop een vernietigingsverbod voor banden ingaat, omdat de Commissie hierover nog geen gedelegeerde handeling heeft vastgesteld. Wat wel vaststaat, is dat de ESPR zelf al het kader bevat waarbinnen zo'n handeling tot stand kan komen: de artikelen 23 tot en met 26 beschrijven de voorwaarden en de procedure. Tot het moment dat een gedelegeerde handeling banden specifiek aanwijst, blijft de huidige situatie ongewijzigd. Wie hierover zekerheid wil hebben, doet er goed aan de publicaties van de Europese Commissie over gedelegeerde handelingen onder de ESPR te volgen, aangezien een aankondiging daar als eerste zichtbaar wordt.

Wat een importeur of groothandel hiermee kan doen

Voor wie nu tegen onverkochte bandenvoorraad aankijkt, is de eerste vraag of er al een gedelegeerde handeling bestaat die banden aanwijst als productgroep waarvoor vernietiging verboden is — op dit moment is dat niet het geval. De tweede vraag is of de eigen onderneming onder een transparantieverplichting valt, wat losstaat van een eventueel vernietigingsverbod en al kan gelden voordat een verbod er is. De derde stap is praktisch: ook zonder wettelijke verplichting kiezen sommige partijen er nu al voor om onverkochte voorraad te herbestemmen, doneren of anderszins een tweede bestemming te geven, vooruitlopend op regelgeving die dit later wel kan voorschrijven. Dat is geen juridische noodzaak, maar wel een manier om niet achteraf de bedrijfsvoering te moeten aanpassen. Tot slot is het raadzaam periodiek te controleren of er een gedelegeerde handeling is gepubliceerd die banden specifiek noemt, aangezien dat het moment is waarop de situatie verandert.

Waar dit op is gebaseerd: artikelen 23 tot en met 26 van de ESPR

De basis voor dit onderwerp ligt in de artikelen 23 tot en met 26 van Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR). Deze artikelen regelen de mogelijkheid om vernietiging van onverkochte consumptiegoederen te verbieden, de procedure via gedelegeerde handelingen per productgroep, en de transparantieverplichtingen voor marktdeelnemers die onverkochte producten afdanken. Omdat deze bepalingen een kader scheppen in plaats van een direct werkend verbod voor alle producten, is de exacte werking voor banden pas te beoordelen zodra de Commissie een gedelegeerde handeling voor deze productgroep publiceert.

Wie dit onderwerp wil blijven volgen, doet er goed aan de officiële tekst van de ESPR en de aankondigingen van gedelegeerde handelingen in de gaten te houden, zodat duidelijk wordt op het moment dat banden daadwerkelijk worden aangewezen.

Waar dit op gebaseerd is

De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.

Wat u concreet moet doen

Wat er van u wordt verwacht

De ESPR bevat een apart onderdeel over het vernietigen van onverkochte consumptiegoederen: de artikelen 23 tot en met 26 van Verordening (EU) 2024/1781. Dat onderdeel staat los van het digitaal productpaspoort, maar raakt dezelfde voorraad banden die her- of niet-verkocht in een magazijn kan blijven liggen. Voor een bedrijf met 10 tot 100 medewerkers — een importeur, groothandel of wagenparkbeheerder met eigen opslag — is het zinvol om te weten wat deze artikelen beogen, ook al is nog niet elk detail voor de bandensector ingevuld.

Openbaarmaking van vernietigingscijfers

Artikel 24 van de ESPR voorziet in een verplichting voor bepaalde marktdeelnemers om te rapporteren over hoeveel onverkochte producten zij vernietigen, en waarom. Dat betekent voor een importeur of groothandel dat het bijhouden van aantallen en redenen van afvoer niet alleen een interne boekhoudkundige kwestie is, maar iets waar in de toekomst een cijfermatig overzicht van gevraagd kan worden. Wie nu al voorraadbeheer voert, kan zich afvragen of "afgevoerd" en "vernietigd" in het eigen systeem apart herkenbaar zijn.

Mogelijk verbod op vernietiging voor bepaalde productgroepen

Artikel 23 van de ESPR biedt de basis om voor specifieke productgroepen een verbod op het vernietigen van onverkochte consumptiegoederen in te stellen, via een gedelegeerde handeling. Op dit moment is er voor banden geen gepubliceerde gedelegeerde handeling die een dergelijk verbod concreet maakt. Dat betekent dat een generiek verbod op het vernietigen van onverkochte banden op dit moment niet uit de tekst van de ESPR zelf volgt — het is een bevoegdheid die de Commissie kan invullen, niet een regel die al voor banden geldt.

Uitzonderingen en de mogelijkheid tot ontheffing

De artikelen 25 en 26 van de ESPR voorzien in uitzonderingen op een eventueel vernietigingsverbod, onder meer voor kleinere ondernemingen en in specifieke omstandigheden. Voor een bedrijf van bescheiden omvang is het relevant dat de regeling niet uitgaat van één uniforme plicht voor iedereen: de omvang van de onderneming en de aard van de situatie kunnen een rol spelen bij de vraag of een uitzondering van toepassing is. Wat dat concreet betekent voor banden, is nog niet ingevuld.

Waar het misgaat in de praktijk

Een aantal situaties komt terug bij bedrijven die met onverkochte bandenvoorraad te maken hebben:

Voorraad wordt afgevoerd zonder dat de reden is vastgelegd. Banden die door slijtage tijdens opslag, seizoensverandering in het assortiment, of een aflopende houdbaarheidsdatum niet meer verkoopbaar zijn, worden afgevoerd via de gangbare afvalstroom. Er wordt daarbij zelden genoteerd of dit vernietiging, recycling of iets anders was — informatie die later relevant kan zijn zodra rapportageverplichtingen concreet worden.

Men gaat ervan uit dat "nog geen verbod" gelijk staat aan "nooit een verbod". Omdat er voor banden nog geen gedelegeerde handeling is gepubliceerd, wordt er soms van uitgegaan dat vernietiging van onverkochte voorraad banden een definitief vrije keuze blijft. De ESPR laat de mogelijkheid tot een verbod juist open voor toekomstige productgroepen.

Retourstromen en onverkochte voorraad worden niet onderscheiden van elkaar. Banden die terugkomen van een klant, banden die overtollig zijn door een orderwijziging, en banden die überhaupt nooit zijn verkocht, belanden in de praktijk vaak in dezelfde afvoerbak — met dezelfde administratie, of het ontbreken daarvan.

Er wordt geen link gelegd met het productpaspoort van de betreffende band. Wanneer een band met paspoort wordt vernietigd, verandert er iets aan de status van dat paspoort en de gekoppelde gegevens — een punt dat raakt aan wat u kunt vastleggen als eigen kopie van de gegevens die in het productpaspoort staan, zeker wanneer een band nooit bij een eindgebruiker is aangekomen.

Vestigingen registreren afvoer op eigen wijze. Bij bedrijven met meerdere locaties wordt onverkochte voorraad per vestiging verschillend geadministreerd, wat een compleet beeld op bedrijfsniveau lastig maakt — iets dat aansluit bij de vraag of meerdere vestigingen van een bedrijf hetzelfde productpaspoort kunnen beheren.

Wat u kunt vastleggen

Zonder dat er al een verbod of rapportageplicht voor banden specifiek van kracht is, is het praktisch om een aantal zaken bij te houden, zodat een eventuele toekomstige verplichting niet met terugwerkende kracht ingehaald moet worden:

  • Een overzicht van onverkochte voorraad per periode, met aantal, type band, en reden van afvoer (slijtage, ouderdom, retour, overproductie).
  • Een onderscheid in de eigen administratie tussen "vernietigd", "gerecycled" en "elders afgezet" — ook als dit onderscheid nu nog niet wettelijk verplicht is.
  • Een vaste werkwijze binnen de organisatie voor wie beslist over afvoer van onverkochte voorraad, en op basis van welk criterium.
  • Bewijs van afvoer via de verwerker (afgiftebon, weegbon, verwerkingscertificaat), gekoppeld aan de betreffende partij banden.
  • Bij vestigingen die zelfstandig voorraad beheren: een gezamenlijke sjabloon of formaat, zodat cijfers op bedrijfsniveau samengevoegd kunnen worden zodra dat relevant wordt.
  • Een aantekening bij het productpaspoort van banden die worden vernietigd voordat ze zijn verkocht, zodat de status van dat paspoort traceerbaar blijft.

Deze vastlegging is nu vooral een kwestie van ordelijk beheer, geen wettelijke plicht die uit de artikelen 23 tot en met 26 van de ESPR voor banden voortvloeit. Wie zich afvraagt hoe dit onderwerp past in de bredere aanpak richting het productpaspoort, kan dat combineren met de stappen die worden beschreven in hoe het productpaspoort voor banden stap voor stap kan worden aangepakt, en met de vraag wat er nu al gedaan kan worden terwijl de regels nog niet definitief zijn. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling voor banden publiceert die artikel 23 van de ESPR concreet invult, wordt hier aangevuld wat dat voor onverkochte voorraad betekent.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.