tyrepas.eu

Wat heb ik als wagenparkbeheerder aan het bandenpaspoort?

Eén vaste plek voor de gegevens achter elke band

Het bandenpaspoort geeft de wagenparkbeheerder één vaste, digitale plek waar de gegevens over een band terug te vinden zijn, in plaats van losse datasheets, e-mails en pdf's die per leverancier verschillen. De QR-code op de band verwijst naar een paspoort dat door de fabrikant of importeur is samengesteld en dat gedurende de levensduur van de band bereikbaar blijft. Voor een wagenparkbeheerder die tientallen tot duizenden banden beheert, betekent dat minder zoekwerk: de informatie zit vast aan het product zelf, niet aan een los document dat kan zoekraken bij een wisseling van garage, leasemaatschappij of bandenleverancier.

Voor welke banden en voor welk gebruik dit is bedoeld

Het digitale productpaspoort is een verplichting die de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) oplegt aan de fabrikant of importeur van een product, niet aan de gebruiker ervan. Een wagenparkbeheerder is dus geen partij die het paspoort moet aanmaken of bijhouden; hij is de partij die er gebruik van kán maken zodra de band met paspoort op de markt komt. Welke bandtypes precies onder deze verplichting vallen, wordt per productgroep vastgelegd in een gedelegeerde handeling — die aanwijzing voor banden is er nog niet. Tot die tijd bestaat er voor banden geen wettelijke paspoortplicht en dus ook geen paspoort om te raadplegen. Wat wél al vaststaat, is de vorm die het paspoort zal krijgen zodra de verplichting ingaat: artikel 9 van de ESPR beschrijft dat het paspoort een productspecifieke gegevensset is die via een data drager elektronisch te raadplegen is, met een uniek identificatienummer en met toegangsrechten die per type gebruiker kunnen verschillen.

Er is nog geen vaste datum, wel een vaste voorbereidingsroute

Er is nog geen definitieve datum waarop het bandenpaspoort verplicht wordt. De Europese Commissie werkt dit uit per productgroep in een gedelegeerde handeling, en voor banden staat die volgens het ESPR-werkplan 2025-2030 gepland voor 2027; de daadwerkelijke ingangsdatum voor de verplichting ligt naar verwachting rond 2029, maar dat is een inschatting op basis van de gebruikelijke termijn tussen publicatie van een gedelegeerde handeling en de datum waarop die van toepassing wordt, geen vaststaand feit. Zodra de handeling gepubliceerd is, verschijnt de exacte datum hier. Tot die tijd verandert er voor het beheer van een bestaand wagenpark niets: banden die nu worden ingekocht, hoeven geen paspoort te hebben, en er is ook geen actie vereist om alvast gegevens te verzamelen die het toekomstige paspoort zal bevatten.

Wat dit concreet oplevert, in de volgorde waarin het langskomt

Op het moment dat de verplichting ingaat, verandert er iets in vier fasen van bandenbeheer. Bij de inkoop van nieuwe banden geeft het paspoort de mogelijkheid om vóór de aanschaf gegevens te raadplegen die nu vaak via losse aanvragen bij de leverancier moeten worden opgevraagd — denk aan technische en duurzaamheidskenmerken van het product, voor zover die onder het paspoort vallen. Bij het vergelijken van leveranciers biedt het webportaal uit artikel 14 van de ESPR een extra ingang: dit is een door de Commissie beheerd, publiek toegankelijk portaal met zoekfunctionaliteit over de aangesloten productpaspoorten heen, waarmee gegevens van verschillende producten naast elkaar te raadplegen zijn zonder dat daarvoor bij elke leverancier apart iets hoeft te worden opgevraagd. Tijdens het gebruik van de band, bijvoorbeeld bij onderhoud, wisseling van locatie in het wagenpark of overdracht aan een andere beheerder, blijft het paspoort gekoppeld aan de band zelf via de QR-code, zodat de gegevens niet verloren gaan wanneer administratie van eigenaar wisselt. Aan het einde van de levensduur, bij afvoer of recycling van de band, is het paspoort de plek waar informatie staat die relevant is voor verantwoorde verwerking, zodat die stap niet afhankelijk is van wat een individuele garage of afvalverwerker toevallig heeft bijgehouden.

Waar dit uit volgt: artikel 9 en artikel 14 van de ESPR

Deze mogelijkheden volgen rechtstreeks uit twee bepalingen van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781). Artikel 9 legt vast wat een digitaal productpaspoort is: een gestructureerde, productspecifieke gegevensset, gekoppeld aan een uniek identificatienummer, elektronisch raadpleegbaar via een data drager, met gedifferentieerde toegangsrechten voor verschillende typen gebruikers. Artikel 14 regelt het webportaal: een door de Commissie ingericht, publiek toegankelijk punt waarmee gegevens uit de aangesloten paspoorten doorzoekbaar zijn. Samen bepalen deze artikelen de vorm van het paspoort en de manier waarop een partij als een wagenparkbeheerder er straks bij kan — los van de vraag welke productgroepen, waaronder mogelijk banden, via een gedelegeerde handeling daadwerkelijk onder de verplichting komen te vallen.

Wat nu te doen

Voor het beheer van een bestaand wagenpark is op dit moment geen actie nodig: de verplichting geldt nog niet en de exacte datum staat niet vast. Wie het onderwerp wil volgen, kan het beste letten op publicatie van de gedelegeerde handeling voor banden onder de ESPR; zodra die verschijnt, wordt op deze pagina de concrete ingangsdatum vermeld. Voor fabrikanten en importeurs die alvast willen voorsorteren op het samenstellen en hosten van het paspoort, is dat het moment om de eigen productgegevens op orde te brengen.

Waar dit op gebaseerd is

De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.

Wat u concreet moet doen

Wat er van u wordt verwacht

Een wagenparkbeheerder koopt geen banden om ze door te verkopen, maar om ze te laten rijden — op bestelwagens, vrachtwagens of een personeelsvloot. Het bandenpaspoort is dan geen verplichting die op uw bordje ligt zoals bij een importeur of fabrikant, maar een informatiebron die u kunt gebruiken. Toch zijn er een paar punten waarop uw rol relevant wordt.

Gegevens raadplegen via het webportaal

Artikel 14 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) regelt een webportaal waarin de gegevens uit het digitale productpaspoort te raadplegen zijn. Voor een wagenparkbeheerder betekent dit praktisch dat de technische en duurzaamheidsinformatie van een band niet alleen bij de leverancier vandaan moet komen, maar ook zelf op te vragen is via de QR-code op de band. Bij een vloot van tientallen tot honderden voertuigen is dat een andere manier van werken dan het doorbladeren van leveranciersdocumentatie: de informatie zit aan het product zelf.

Weten welk paspoort bij welke band hoort

Artikel 9 van de ESPR beschrijft wat er in het digitale productpaspoort komt te staan. Voor wagenparkbeheer is de praktische vertaling dat elke band — of elke partij banden — een eigen paspoort heeft, gekoppeld aan de QR-datadrager op het product. Bij inkoop van grote hoeveelheden banden voor een vloot is het dus zaak om te weten welk paspoort bij welke levering hoort, zeker als banden van verschillende merken of leveranciers naast elkaar in gebruik zijn. Dat is geen verplichting die uit de ESPR zelf volgt, maar een praktisch gevolg van hoe het paspoort werkt.

Doorgeven van gegevens bij verkoop of afvoer van voertuigen

Wanneer voertuigen met banden eraan worden doorverkocht — bijvoorbeeld bij vlootvervanging — gaat de vraag naar de bandengegevens vaak mee met de vraag naar het voertuig. Een koper van een gebruikt bedrijfsvoertuig kan de bandengegevens net zo goed raadplegen als de eerste gebruiker, zolang het paspoort beschikbaar blijft. Dat is voor een wagenparkbeheerder eerder een kans dan een last: het is informatie die er al is en niet apart hoeft te worden opgebouwd.

Waar het misgaat in de praktijk

Een aantal situaties komt in de praktijk van wagenparkbeheer regelmatig terug.

Banden worden centraal ingekocht, maar niet centraal geregistreerd. Bij bedrijven met meerdere locaties koopt elke vestiging soms zelf banden in, zonder dat er een overzicht is welke banden — en welke paspoorten — bij welk voertuig horen. Dat wordt lastig zodra er een vraag komt over een specifieke partij, bijvoorbeeld bij schade of slijtageklachten.

De QR-code wordt niet gecontroleerd bij ontvangst. Banden worden afgeleverd, gemonteerd en de code op het band wordt nooit gescand. Pas wanneer er iets misgaat — een klacht, een controle, een recall — wordt duidelijk dat niemand weet of de code werkt of naar welk paspoort die verwijst.

Onderhoudspartijen werken met eigen administratie. Bij uitbesteed bandenonderhoud houdt de garage of bandenservice vaak een eigen systeem bij, los van het paspoort. Dat werkt op zich, maar leidt tot dubbele of tegenstrijdige informatie als het paspoort en de eigen administratie niet op elkaar aansluiten.

Voertuigen worden doorverkocht zonder dat iemand aan de bandengegevens denkt. Bij afstoting van voertuigen ligt de aandacht vaak bij het voertuig zelf — kilometerstand, onderhoudsboekje, keuringsbewijs — en niet bij de banden die erop zitten. Het paspoort is er dan wel, maar niemand wijst de nieuwe eigenaar erop.

Verschillende leveranciers, verschillende platforms. Een wagenpark met banden van meerdere merken en leveranciers kan te maken krijgen met paspoorten die via verschillende systemen worden gehost. Dat is op zich geen probleem — de QR-code werkt overal hetzelfde — maar het vraagt wel dat iemand in de organisatie het overzicht bewaart.

Wat u kunt vastleggen

Voor wagenparkbeheer is het vooral zinvol om vast te leggen hoe de bandeninformatie binnen de eigen organisatie stroomt, ook al ligt de verplichting tot het opstellen van het paspoort bij de fabrikant of importeur.

  • Een overzicht per voertuig of per vloot van welke banden erop zitten en waar het bijbehorende paspoort te vinden is.
  • Een vaste werkwijze voor het scannen of controleren van de QR-code bij ontvangst van nieuwe banden, zodat niet achteraf moet worden uitgezocht of de code werkt.
  • Afspraken met onderhoudspartijen of bandenservices over wie de paspoortgegevens raadpleegt en of dat spoort met de eigen onderhoudsadministratie.
  • Een protocol voor het overdragen van bandengegevens bij verkoop of afvoer van voertuigen, zodat een nieuwe eigenaar niet zelf op zoek moet naar het paspoort.
  • Bij meerdere vestigingen: een afspraak over wie verantwoordelijk is voor het bijhouden van het overzicht — dat sluit aan bij de vraag kunnen meerdere vestigingen van mijn bedrijf hetzelfde productpaspoort beheren.

Voor wie zich afvraagt of dit allemaal al relevant is zolang de gedelegeerde handeling voor banden nog niet is gepubliceerd: er is nu al het een en ander te doen zonder op de definitieve regels te wachten, zoals beschreven bij wat kan ik nu al doen terwijl de regels nog niet definitief zijn. Ook is het nuttig om te weten wat er precies te zien is voor eigen klanten of gebruikers die de gegevens willen inzien, bijvoorbeeld bij kunnen mijn klanten de gegevens van het productpaspoort checken voordat ze kopen — dezelfde vraag speelt namelijk bij wagenparkbeheerders die banden doorgeven aan chauffeurs of onderaannemers. En bij een recall van een bepaalde bandenpartij is het nuttig om vooraf te weten hoe het paspoort daarbij helpt, zie helpt het productpaspoort bij een recall van banden en hoe werkt dat.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.