tyrepas.eu

moet ik reparaties of onderhoud aan een band bijhouden in het productpaspoort

Nog niet vastgelegd in de ESPR zelf

De ESPR verplicht op dit moment geen registratie van reparatie- of onderhoudsgegevens in het productpaspoort van banden. De verordening geeft in artikel 9 en artikel 10 aan wat een digitaal productpaspoort in algemene zin moet kunnen: het moet productinformatie koppelen aan een unieke identificatie, en toegankelijk zijn via een gegevensdrager zoals een QR-code. Welke gegevens dat precies zijn, wordt per productgroep uitgewerkt in een gedelegeerde handeling. Voor banden is die specifieke lijst er nog niet, en daarmee is er ook nog geen bepaling die reparatie- of onderhoudsgegevens noemt als verplicht paspoortonderdeel.

Voor banden ligt dit anders dan bij bijvoorbeeld elektronica

Bij productgroepen waar reparatie een grotere rol speelt — denk aan elektronische apparaten met vervangbare onderdelen — ligt een link tussen paspoort en onderhoudshistorie eerder voor de hand, omdat repareerbaarheid daar uitdrukkelijk een aandachtspunt is binnen de ESPR. Een band is geen product dat "gerepareerd" wordt in die zin: er is geen vervangbaar onderdeel, geen doorlopende onderhoudscyclus zoals bij een apparaat. Wat bij banden wél relevant is, zijn kenmerken zoals rolweerstand, grip en geluid, en het aandeel gerecycleerd materiaal. Dat zijn de gegevens waar de huidige discussie rond het paspoort van banden zich op richt, niet op een logboek van gebruiksincidenten of onderhoudsbeurten. Voor een overzicht van wat daar wél in komt, is het overzicht van welke gegevens er in het productpaspoort van banden komen een goed vertrekpunt.

Het onderscheid is dus: de ESPR als kaderwet zegt iets over de structuur en functie van het paspoort in het algemeen, maar zegt niets specifiek over reparatiegegevens bij banden. Dat zou pas kunnen veranderen als de gedelegeerde handeling voor banden dat onderwerp expliciet opneemt.

Gedelegeerde handeling voor banden nog niet gepubliceerd

Een vaste datum waarop de eisen voor het paspoort van banden ingaan, is er nog niet. De gedelegeerde handeling voor banden wordt volgens het werkplan van de Commissie voor 2025-2030 verwacht in 2027; zodra die is gepubliceerd, volgt daaruit ook of, en zo ja hoe, gegevens over reparatie of onderhoud een rol krijgen. Tot die publicatie is er geen juridische verplichting op dit vlak, simpelweg omdat de productgroep-specifieke regels nog niet bestaan. Wat wel vaststaat is het bredere kader uit artikel 1 en artikel 2 van de ESPR: de verordening is bedoeld om producten gedurende hun levensduur transparanter te maken, en het productpaspoort is daarbij het instrument. Maar de invulling voor banden specifiek moet nog volgen.

Wat een bandenimporteur of wagenparkbeheerder hiermee kan

Wie nu een paspoort voor banden voorbereidt, kan zich het beste eerst richten op de gegevens waarvan wél vaststaat dat ze relevant worden: de technische productkenmerken en materiaalsamenstelling. Een logische eerste stap is uitzoeken welke meetgegevens er al beschikbaar zijn vanuit productie of import, bijvoorbeeld rond de rolweerstandsklasse of de grip op nat wegdek, omdat die kenmerken nu al via het bandenlabel bekend zijn en met vrij grote zekerheid ook in het paspoort terugkomen. Een tweede stap is nagaan hoe deze labelgegevens zich verhouden tot de toekomstige paspoorteisen, wat verduidelijkt wordt op de pagina over hoe het bandenlabel zich verhoudt tot het productpaspoort.

Voor reparatie- of onderhoudsgegevens specifiek is er nu geen actie nodig, omdat er geen verplichting is om op te volgen. Het is wel verstandig om dit onderwerp niet helemaal los te laten: zodra de gedelegeerde handeling voor banden verschijnt, is dat het moment om te controleren of daar iets over gebruiksgegevens, slijtage-informatie of onderhoudsmeldingen in staat. Wagenparkbeheerders die nu al slijtage- of onderhoudsdata bijhouden voor eigen doeleinden — bijvoorbeeld voor bandenmanagement of garantieclaims — kunnen die registratie gewoon voortzetten zoals ze dat nu doen; er is geen aanleiding om die systemen aan te passen aan een verplichting die er nog niet is.

Basis in de artikelen 1, 2, 9 en 10 van de ESPR

Artikel 1 van de ESPR beschrijft het onderwerp en de reikwijdte van de verordening: het gaat om ecologische verduurzaming van producten in de EU-markt, met het productpaspoort als een van de instrumenten. Artikel 2 geeft de definities, waaronder wat onder een "digitaal productpaspoort" wordt verstaan. Artikel 9 bepaalt dat het paspoort producten moet identificeren en gegevens toegankelijk moet maken via een gegevensdrager. Artikel 10 werkt uit welke algemene vereisten aan dat paspoort worden gesteld, zoals interoperabiliteit en toegankelijkheid voor verschillende gebruikersgroepen. Geen van deze artikelen noemt reparatie- of onderhoudsgegevens als verplicht element voor banden; die invulling is voorbehouden aan de gedelegeerde handeling die per productgroep wordt vastgesteld. Zolang die er niet is, kan hierover geen preciezere uitspraak worden gedaan dan dat het nog open staat.

Wie op de hoogte wil blijven zonder zelf de wetgeving te volgen, kan het overzicht van de verplichte paspoortgegevens periodiek raadplegen; zodra de gedelegeerde handeling voor banden gepubliceerd wordt, komt de invulling van dit onderwerp hier terug.

Wat u concreet moet doen

Wat er van u wordt verwacht

De ESPR regelt in artikel 9 en artikel 10 wat een digitaal productpaspoort moet kunnen en welke gegevens erin thuishoren. Reparatie- en onderhoudsgegevens van een individuele band, ontstaan ná verkoop, zijn daarin een aparte categorie: het paspoort dat via tyrepas.eu wordt samengesteld, is opgebouwd uit de gegevens die de fabrikant of importeur bij het in de handel brengen aanlevert. Wat er daarna met een specifieke band gebeurt bij een individuele gebruiker, is een ander vraagstuk dan wat er bij aanmaak van het paspoort wordt vastgelegd.

Het paspoort bevat productinformatie, niet per se een gebruikslogboek

Artikel 9 van de ESPR omschrijft het digitaal productpaspoort als een set gegevens over een product die via een datadrager (in dit geval een QR-code) toegankelijk is. Artikel 10 werkt uit welke categorieën gegevens daarin een rol spelen: productkenmerken, samenstelling, prestaties, en dergelijke. Voor een band gaat het dan om zaken zoals rolweerstand, grip en rolgeluid — de gegevens die ook op het productpaspoort van banden terechtkomen. Een logboek van reparaties of onderhoudsbeurten aan één specifiek exemplaar van een band is een ander type gegeven dan de productkenmerken die de verordening beschrijft. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers betekent dit in de praktijk dat het paspoort dat via tyrepas.eu wordt aangemaakt, is gebaseerd op de gegevens van de fabrikant of importeur bij het in de handel brengen, en niet automatisch meegroeit met wat er daarna met een individuele band gebeurt.

De gedelegeerde handeling voor banden moet nog blijken wat productspecifiek wordt vastgelegd

Artikel 1 en artikel 2 van de ESPR maken duidelijk dat de verordening een kaderwet is: de concrete, productspecifieke eisen worden per productgroep uitgewerkt in gedelegeerde handelingen. Voor banden is die handeling er nog niet. Of daarin een verplichting komt om reparatie- of onderhoudsgegevens (denk aan profieldiepte-metingen, reparaties na een lekke band, of banden die zijn gecoexterndheid door loopvlakvernieuwing) op te nemen, is op dit moment niet vast te stellen uit de tekst die er ligt. Voor een wagenparkbeheerder of groothandel betekent dit dat plannen voor de langere termijn (2027-2029) met die onzekerheid rekening houden, zonder nu al te investeren in systemen die misschien niet nodig zijn.

Onderscheid tussen wat verplicht wordt vastgelegd en wat een bedrijf zelf wil bijhouden

Los van wat de ESPR uiteindelijk voor banden gaat voorschrijven, houden veel wagenparkbeheerders en bandenspecialisten al langer eigen onderhoudsregistraties bij: bandwissel-data, profielmetingen, reparaties. Dat is een bedrijfsproces dat los staat van het wettelijk verplichte digitale productpaspoort. Een bedrijf kan ervoor kiezen zo'n registratie te koppelen aan de QR-code van het paspoort, maar dat is een eigen beslissing en geen verplichting die uit artikel 9 of artikel 10 volgt. Dit raakt ook de vraag hoe actueel de gegevens in het productpaspoort moeten zijn: productkenmerken die de fabrikant aanlevert zijn iets anders dan gebeurtenissen die zich tijdens de levensduur van een band voordoen.

Waar het misgaat in de praktijk

Onderhoudslogboek wordt verward met het productpaspoort. Een wagenparkbeheerder gaat ervan uit dat het productpaspoort automatisch een geschiedenis van bandwissels en reparaties bijhoudt, en stelt intern geen eigen registratie in. Als daar later behoefte aan is — bijvoorbeeld bij een garantiekwestie — is die informatie er niet, omdat het paspoort die rol niet vervult.

Vooruitlopen op een verplichting die nog niet bestaat. Een bandenimporteur bouwt op eigen initiatief een uitgebreid systeem om reparatiegegevens per band te registreren en te koppelen aan de QR-code, in de veronderstelling dat dit straks verplicht wordt. Als de gedelegeerde handeling uiteindelijk andere eisen stelt, of helemaal geen eisen aan reparatiegegevens, is die investering deels overbodig gebleken.

Onduidelijkheid over wie de data na verkoop bijhoudt. Bij verkoop van banden aan een garagebedrijf ontstaat onduidelheid over wie verantwoordelijk is voor het bijwerken van gegevens na montage: de importeur die het paspoort heeft laten aanmaken, of de garage die de band monteert en later repareert. Zonder afspraak blijft dit liggen.

Verwarring tussen productkenmerken en gebruiksgegevens bij audits. Bij een controle of klantvraag wordt gevraagd naar "de gegevens in het paspoort", en er ontstaat verwarring tussen de productkenmerken die de fabrikant heeft aangeleverd (zoals besproken bij de rolweerstandsklasse of de grip op nat wegdek) en de onderhoudsgeschiedenis die een gebruiker zelf bijhoudt. Dat zijn twee verschillende dingen die niet automatisch in hetzelfde systeem zitten.

Reparatiegegevens worden als bedrijfsgevoelig beschouwd zonder toetsing. Een garagebedrijf weigert reparatiegegevens te delen met de eigenaar van het wagenpark uit voorzorg, zonder na te gaan of dat gegeven daadwerkelijk onder een uitzondering valt. Dat raakt de bredere vraag of bedrijfsgevoelige gegevens over banden openbaar moeten worden gemaakt, die los staat van de vraag of reparatiegegevens al dan niet in het wettelijke paspoort thuishoren.

Wat u kunt vastleggen

  • Een interne registratie van onderhoud en reparaties per band of per voertuig, los van het digitale productpaspoort, met datum, aard van de reparatie en uitvoerende partij.
  • Een afspraak met garagebedrijven of banden-servicepunten over wie welke gegevens bijhoudt na aankoop en montage.
  • Een overzicht van welke gegevens al wél verplicht in het paspoort staan (op basis van de fabrikantgegevens), zodat dit niet wordt verward met eigen registraties.
  • Een aantekening van de datum waarop de gedelegeerde handeling voor banden wordt gepubliceerd, om te zien of daar alsnog eisen over reparatie- of onderhoudsgegevens in worden opgenomen.
  • Een verwijzing naar de eigen procedures voor profielmeting en bandwissel, gekoppeld aan het wagenparkbeheer, zodat deze gegevens intern traceerbaar blijven zonder dat ze als onderdeel van het wettelijke paspoort worden gepresenteerd.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.