Volgens welke methode moet ik de waarden voor het paspoort meten?
Meetmethode volgt uit een gedelegeerde handeling, niet uit de ESPR zelf
De ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) schrijft niet zelf voor met welke testmethode een waarde voor het bandenpaspoort gemeten moet worden. Artikel 39 van de ESPR legt vast aan welke algemene kenmerken een test-, meet- of berekeningsmethode moet voldoen: betrouwbaar, nauwkeurig en reproduceerbaar, en gebaseerd op algemeen erkende stand van de techniek. De concrete methode per productgroep — dus ook voor banden — wordt vastgesteld in de gedelegeerde handeling die voor die productgroep wordt opgesteld, op basis van de artikelen 5 tot en met 7 van de ESPR. Voor banden is die gedelegeerde handeling er nog niet, en daarmee ligt de exacte meetmethode voor het bandenpaspoort nu nog niet vast.
Voor welke waarden dit geldt en voor welke (nog) niet
Deze werkwijze geldt voor alle waarden die straks in het digitaal productpaspoort van een band terechtkomen en die onder de ecologisch-ontwerpvereisten van de ESPR vallen — denk aan zaken als duurzaamheid, materiaalgebruik of prestatiekenmerken die in de bandenspecifieke gedelegeerde handeling worden opgenomen. Het geldt niet voor waarden die nu al via een andere regeling verplicht worden gemeten en geëtiketteerd, zoals de bestaande bandenlabelverordening voor brandstofefficiëntie, grip op nat wegdek en geluid. Die metingen bestaan al en volgen hun eigen, al vastgestelde methodiek; de ESPR-gedelegeerde handeling voor banden kan daar wel op voortbouwen of ernaar verwijzen, maar dat is nu nog niet bevestigd. Het is dus zaak om onderscheid te houden tussen wat al gemeten wordt onder bestaande regelgeving en wat straks specifiek voor het productpaspoort wordt vastgelegd.
Datum staat nog niet vast, artikel 39 geldt al wel als kader
Er is geen vaste datum waarop de meetmethode voor bandenwaarden bekend wordt. Volgens het ESPR-werkplan 2025-2030 wordt de gedelegeerde handeling voor banden verwacht in 2027; dat is een planning, geen wettelijk vastgelegde datum, en kan dus opschuiven. Tot het moment dat die handeling is gepubliceerd, is er geen bindende, bandenspecifieke meetmethode voor het productpaspoort. Wat wel al vaststaat, is het algemene kader van artikel 39: elke methode die uiteindelijk wordt voorgeschreven, moet aan de daar genoemde eisen van betrouwbaarheid, nauwkeurigheid en reproduceerbaarheid voldoen, en zal bij voorkeur aansluiten op geharmoniseerde normen als die bestaan. Zodra de gedelegeerde handeling voor banden is gepubliceerd, wordt de datum en de inhoud van de methode hier aangevuld.
Wat te doen zolang de methode nog niet vaststaat
De praktische volgorde voor wie zich hierop voorbereidt: eerst inventariseren welke waarden al gemeten worden onder bestaande regelgeving, zoals de bandenlabelverordening, want die data vormen vermoedelijk een deel van de basis voor het paspoort. Daarna de voortgang van de ESPR-gedelegeerde handeling voor banden volgen, bijvoorbeeld via het ESPR-werkplan, om te zien wanneer de methode concreet wordt. Tot die tijd is het niet nodig — en ook niet mogelijk — om alvast een definitieve meetmethode voor het paspoort te kiezen, omdat die methode nog niet bestaat. Wel is het zinvol om bestaande testrapporten en meetgegevens van de fabrikant op orde te houden, zodat ze straks eenvoudig omgezet kunnen worden naar de vorm die de gedelegeerde handeling voorschrijft. Tyrepas.eu volgt deze ontwikkeling en verwerkt de methode in het platform zodra deze officieel is vastgesteld, zodat een importeur of groothandel de gegevens dan zonder aparte omweg kan aanleveren.
Waar dit op is gebaseerd: artikel 39 en artikelen 5 tot en met 7 ESPR
Artikel 39 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) beschrijft de algemene eisen waaraan test-, meet- en berekeningsmethoden moeten voldoen, en de rol van geharmoniseerde normen daarbij. De artikelen 5 tot en met 7 van dezelfde verordening bepalen dat de daadwerkelijke ecologisch-ontwerpvereisten — inclusief prestatie- en informatievereisten — per productgroep worden uitgewerkt in een gedelegeerde handeling. Voor banden is die handeling nog niet vastgesteld, waardoor de concrete meetmethode voor het productpaspoort nu nog ontbreekt.
Wie nu al bezig is met de voorbereiding op het bandenpaspoort, doet er goed aan de bestaande meetgegevens uit de bandenlabelverordening op orde te brengen en de publicatie van de ESPR-gedelegeerde handeling voor banden in de gaten te houden; zodra die bekend is, wordt deze pagina bijgewerkt met de concrete methode en de bijbehorende datum.
Waar dit op gebaseerd is
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 39 (test-, meet- en berekeningsmethoden)
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikelen 5 tot en met 7 (vereisten inzake ecologisch ontwerp, prestatie- en informatievereisten)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
Wat er van u wordt verwacht
De ESPR regelt in artikel 39 dat waarden die in een productpaspoort staan, gemeten of berekend moeten worden volgens een methode die daarvoor is vastgesteld — niet naar eigen inzicht van de fabrikant of importeur. Dat artikel geeft het kader; de concrete meetmethode per producteis komt uit de gedelegeerde handeling die voor banden nog moet worden vastgesteld op basis van artikelen 5 tot en met 7 van de ESPR. Voor het bandenpaspoort ligt dit onderwerp dus nog open, maar de opzet van de verordening geeft al aan waar bedrijven rekening mee kunnen houden.
Meten volgens een vastgestelde methode, niet naar eigen inzicht
Artikel 39 ESPR bepaalt dat de waarden in het paspoort moeten voortkomen uit betrouwbare, nauwkeurige en reproduceerbare metingen of berekeningen. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers betekent dit dat een eigen testopstelling, een schatting op basis van vergelijkbare producten, of een methode die intern "logisch" lijkt, niet zomaar volstaat zodra de gedelegeerde handeling er is. De methode moet aansluiten bij wat daarin wordt voorgeschreven — vaak een verwijzing naar een geharmoniseerde norm of een testprotocol. Tot die handeling gepubliceerd is, bestaat er voor banden nog geen vastgestelde methode om op terug te vallen.
Reproduceerbaarheid als toetssteen
Een kernbegrip in artikel 39 is dat een andere partij, met dezelfde methode, tot een vergelijkbare uitkomst moet kunnen komen. Dat raakt direct aan onderwerpen als hoe de rolweerstandsklasse van een band wordt bepaald, hoe grip op nat wegdek wordt vastgesteld en hoe rolgeluid in decibel wordt vastgelegd. Voor deze eigenschappen bestaan al testmethoden onder de bandenlabelregelgeving; de vraag die nog open ligt, is of en hoe de ESPR-gedelegeerde handeling daarop aansluit of een eigen methode voorschrijft. Een bedrijf dat nu al gegevens verzamelt, doet er goed aan de gebruikte testmethode en -omstandigheden vast te leggen, zodat een latere aansluiting op de definitieve methode overzichtelijker is.
Onderscheid tussen meten en berekenen
Niet elke waarde in een paspoort komt uit een fysieke test. Artikel 39 laat ruimte voor berekeningsmethoden, bijvoorbeeld voor eigenschappen die zich niet praktisch laten meten per productie-batch. Voor een gegeven als het aandeel gerecycleerd rubber ligt een berekening op basis van receptuur en inkoopgegevens meer voor de hand dan een laboratoriumtest. Ook hier geldt: welke berekeningswijze aanvaardbaar is voor het bandenpaspoort, staat nog niet vast, maar het onderscheid tussen "gemeten" en "berekend" is al wel relevant om nu in de eigen administratie te maken.
Aansluiten bij wat al verplicht is via het bandenlabel
Voor banden bestaat al een verplichte testmethode voor rolweerstand, natgrip en geluid, opgelegd via de bandenlabelverordening. De ESPR-gedelegeerde handeling kan hierop aansluiten, maar dat is een keuze die de wetgever nog moet maken. Bedrijven die willen begrijpen hoe deze twee regelingen zich tot elkaar verhouden, vinden meer achtergrond in hoe het bandenlabel zich verhoudt tot het productpaspoort. Wie nu al labelgegevens heeft, bouwt daarmee mogelijk een basis op die ook voor het paspoort te gebruiken is — zonder dat dit als zekerheid mag worden voorgesteld.
Waar het misgaat in de praktijk
Een importeur neemt testresultaten over van de fabrikant zonder te registreren volgens welke norm of testprotocol die zijn verkregen. Zodra de gedelegeerde handeling een specifieke methode voorschrijft, is niet meer te herleiden of de oorspronkelijke meting daaraan voldeed.
Een groothandel gebruikt voor een productlijn testdata die enkele jaren oud zijn, terwijl de testopstelling of -norm in de tussentijd is aangepast. De waarde in het paspoort wijkt daardoor af van wat een actuele meting zou opleveren.
Een bedrijf mengt meetresultaten en fabrikantopgaven zonder onderscheid: sommige waarden komen uit een laboratoriumtest, andere zijn schattingen van de leverancier. In het paspoort staan ze naast elkaar, zonder dat duidelijk is welke methode bij welke waarde hoort.
Een wagenparkbeheerder die zelf banden importeert, gaat ervan uit dat een CE-conformiteitstest voor een andere regeling ook geldig is als onderbouwing voor het productpaspoort, terwijl het toepassingsgebied van die test niet overeenkomt met wat artikel 39 vraagt.
Een fabrikant past de rubbersamenstelling van een bandtype aan, maar de eerder gemeten waarden voor rolweerstand of geluid worden niet opnieuw vastgesteld — waardoor het paspoort een waarde toont die niet meer bij het actuele product past. Dat raakt ook de vraag hoe vaak de gegevens in het productpaspoort moeten worden bijgewerkt.
Wat u kunt vastleggen
- Per gegeven in het paspoort: welke testmethode of berekeningswijze is gebruikt, en door wie (eigen laboratorium, externe testinstelling, fabrikantopgave).
- De versie of publicatiedatum van de norm of het testprotocol dat bij de meting is toegepast.
- De testomstandigheden (datum, testopstelling, gebruikte apparatuur) voor metingen die onder de bandenlabelregelgeving al worden verricht.
- Een overzicht van welke waarden gemeten zijn en welke berekend, met de onderliggende aannames bij berekeningen — relevant bijvoorbeeld bij het vastleggen van gegevens over de rubbersamenstelling.
- Correspondentie met de fabrikant of importeur over de herkomst van aangeleverde waarden, zodat bij een latere aanpassing van de methode duidelijk is welke gegevens opnieuw beoordeeld moeten worden.
- Een wijzigingslogboek dat bijhoudt wanneer een waarde is vastgesteld en op basis van welke versie van een testmethode, zodat dit aansluit bij de vraag of gegevens aangepast kunnen worden nadat het paspoort al gepubliceerd is.
Zodra de gedelegeerde handeling voor banden is gepubliceerd, verschijnt hier de concrete methode. Tot die tijd is het vooral zaak om te weten wat u nu al gemeten of berekend heeft, en op basis van welke methode — zodat de aansluiting op de definitieve regels later geen puzzel wordt.
Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.