tyrepas.eu

Hoe toon ik het aandeel gerecycleerd rubber aan?

De rekenmethode voor het aandeel gerecycleerd rubber ligt nog niet vast

Er bestaat op dit moment geen vastgestelde manier om het aandeel gerecycleerd rubber in een band te berekenen of te controleren voor het digitale productpaspoort. De ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) verplicht wel dat een productpaspoort informatie bevat over onder meer materiaalsamenstelling en gerecycleerde inhoud, maar de exacte test-, meet- en berekeningsmethode per productgroep wordt apart vastgesteld. Voor banden is die stap nog niet gezet. Dat betekent niet dat het onderwerp irrelevant is — het betekent dat een importeur of fabrikant op dit moment geen vaste rekenregel heeft om tegen te toetsen, en dus ook geen manier om een cijfer met zekerheid te onderbouwen zoals de regelgeving dat straks eist.

Dit geldt voor banden binnen de ESPR, niet voor vrijwillige claims daarbuiten

Deze onduidelijkheid heeft alleen betrekking op de verplichte, gestandaardiseerde methode die straks via het digitale productpaspoort moet worden gebruikt. Het gaat niet over de vraag of een bandenfabrikant nu al iets mag zeggen over gerecycleerd rubber in reclame, in een technisch datasheet, of in een eigen duurzaamheidsverslag — dat soort claims valt onder andere regels, zoals die over misleidende milieuclaims, en niet onder de ESPR-datavereisten. Het gaat evenmin over de vraag óf banden onder de ESPR gaan vallen: die keuze wordt gemaakt in een aparte gedelegeerde handeling die de productgroep "banden" aanwijst en de concrete eisen daarbij vastlegt. Zolang die handeling er niet is, is er ook geen wettelijke verplichting om een aandeel gerecycleerd rubber via een paspoort aan te tonen. Wat hier dus ontbreekt is niet het idee dat gerecycleerd rubber een rol speelt, maar de geharmoniseerde methode om dat aandeel te berekenen en te bewijzen op een manier die overal binnen de EU hetzelfde betekent.

Nog geen vaste datum: de methode komt met de gedelegeerde handeling

Er is geen datum vastgesteld waarop de berekeningsmethode voor gerecycleerd rubber in banden van kracht wordt. Wat wel vaststaat is de manier waarop dit tot stand komt: de ESPR geeft de Europese Commissie de bevoegdheid om per productgroep test-, meet- en berekeningsmethoden vast te stellen, en dat gebeurt via een gedelegeerde handeling. Voor banden is die handeling er nog niet. Tot het moment dat deze wordt gepubliceerd, is er geen officiële methode om op terug te vallen, en kan een cijfer over gerecycleerd rubber dus niet worden onderbouwd op de manier die het digitale productpaspoort straks vereist. Zodra de gedelegeerde handeling voor banden gepubliceerd is, komt de datum en de methode hier te staan.

Wat dit betekent voor wie nu al met gerecycleerd rubber bezig is

Wie nu al gerecycleerd rubber verwerkt in banden, of dat van plan is, doet er verstandig aan om alvast de eigen administratie op orde te brengen, ook zonder dat de definitieve methode bekend is. In de praktijk komt dat neer op een paar stappen die logisch op elkaar volgen. Eerst: vastleggen waar het gerecycleerde rubber vandaan komt, in welke verhouding het is verwerkt, en via welke leverancier of proces dat is gebeurd — deze herkomstgegevens vormen straks hoe dan ook de basis voor elke berekening, ongeacht welke formule uiteindelijk wordt gekozen. Vervolgens: interne testresultaten en certificaten van toeleveranciers bewaren, ook als daar nu nog geen wettelijk voorgeschreven format voor bestaat, zodat deze gegevens later niet alsnog moeten worden gereconstrueerd. Daarna: de eigen productiegegevens zo inrichten dat een aandeel per batch of per type band te herleiden is, in plaats van alleen een gemiddelde over de hele productielijn — gedetailleerdere data zijn makkelijker samen te voegen tot een grover cijfer dan andersom. Ten slotte: de ontwikkeling van de gedelegeerde handeling voor banden volgen, zodat bekend is welke methode wordt gekozen zodra deze wordt gepubliceerd. Wie deze basis op orde heeft, hoeft bij publicatie van de methode niet bij nul te beginnen, maar kan bestaande gegevens ordenen volgens de dan geldende regels.

Waar dit uit volgt: artikel 10 en artikel 39 van de ESPR

Artikel 10 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) beschrijft welke soort informatie een digitaal productpaspoort kan of moet bevatten, waaronder gegevens over materiaalsamenstelling en gerecycleerde inhoud. Artikel 39 van dezelfde verordening regelt dat de Commissie per productgroep de bijbehorende test-, meet- en berekeningsmethoden vaststelt via gedelegeerde handelingen. Deze twee artikelen samen verklaren waarom er nu wel een principiële verplichting bestaat om iets over gerecycleerde inhoud te kunnen zeggen, maar nog geen concrete, afdwingbare methode om het aandeel gerecycleerd rubber in banden te berekenen: die methode moet nog per productgroep worden uitgewerkt en gepubliceerd.

Wie dit onderwerp wil blijven volgen, kan het beste de publicatie van de gedelegeerde handeling voor banden in de gaten houden en tot die tijd de eigen herkomst- en productiegegevens over gerecycleerd rubber op orde brengen, zodat een aansluiting op de definitieve methode later zonder vertraging kan plaatsvinden.

Waar dit op gebaseerd is

De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.

Wat u concreet moet doen

Wat er van u wordt verwacht

Het aandeel gerecycleerd rubber in een band is het type gegeven waarbij de vraag "hoe tonen we dit aan" minstens zo belangrijk is als de vraag "wat vullen we in". De ESPR verplicht dat gegevens in het digitale productpaspoort betrouwbaar, controleerbaar en onderbouwd zijn. Voor een cijfer als een recyclingpercentage betekent dat in de praktijk een aantal losse verplichtingen.

Het percentage correct berekenen

Een aandeel gerecycleerd rubber is een verhouding: hoeveelheid gerecycleerd materiaal ten opzichte van de totale rubbersamenstelling van de band. Artikel 39 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) voorziet in test-, meet- en berekeningsmethoden die via gedelegeerde of uitvoeringshandelingen per productgroep worden vastgesteld. Voor banden ligt die specifieke methode nog niet vast. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers betekent dit vooral dat het huidige interne rekenmodel — vaak een eigen Excel-benadering op basis van receptuur — later mogelijk moet worden aangepast aan een voorgeschreven berekeningswijze. Wie nu al vastlegt hoe het percentage tot stand komt, staat er beter voor dan wie het cijfer alleen als eindresultaat bewaart.

Herkomst van het gerecycleerde materiaal onderbouwen

Een percentage zonder herkomstbewijs is moeilijk te verdedigen. Als toeleveranciers gerecycleerd rubber, crumb rubber of gedevulkaniseerd materiaal leveren, is het praktisch relevant om per partij te weten waar dat materiaal vandaan komt en welk aandeel dat vertegenwoordigt in het eindproduct. Voor een middelgroot bedrijf loopt dit vaak via de inkoopafdeling, terwijl de persoon die het paspoort samenstelt daar geen direct zicht op heeft. Dat gat tussen inkoopdocumentatie en paspoortgegevens is precies waar problemen ontstaan.

Aansluiting bij de rest van de rubbersamenstelling

Het aandeel gerecycleerd rubber staat niet op zichzelf; het is onderdeel van de bredere rubbersamenstelling die in het paspoort wordt opgenomen. Op welke gegevens over de rubbersamenstelling moet ik vastleggen? staat toegelicht welke andere elementen van de samenstelling relevant zijn. Een recyclingpercentage dat niet aansluit bij de rest van de samenstelling — bijvoorbeeld omdat de percentages van verschillende materiaalstromen niet optellen tot een logisch geheel — valt op bij wie het paspoort raadpleegt, of dat een toezichthouder is of een zakelijke afnemer.

Het cijfer actueel houden

Een recyclingpercentage is geen vast gegeven voor de hele levensduur van een productlijn. Als een leverancier van gerecycleerd materiaal wisselt, of als de receptuur wordt aangepast, verandert het aandeel. Op hoe vaak moet ik de gegevens in het productpaspoort bijwerken? wordt beschreven wanneer bijwerken aan de orde is. Voor een recyclingpercentage is dit relevant omdat het cijfer direct samenhangt met productiewijzigingen die niet altijd meteen bij de paspoortverantwoordelijke bekend zijn.

Waar het misgaat in de praktijk

Een eerste terugkerende situatie: het percentage wordt centraal berekend door de fabrikant, maar de importeur die het paspoort laat samenstellen heeft geen inzicht in de onderliggende rekenwijze. Bij een vraag "hoe komt u aan dit getal" is er dan geen antwoord voorhanden, alleen het cijfer zelf.

Een tweede situatie: het gerecycleerde materiaal komt uit meerdere bronnen — bijvoorbeeld deels uit eigen retourstromen, deels van een externe leverancier van crumb rubber — en die stromen worden bij de berekening samengevoegd zonder dat vastligt welke bron welk aandeel levert. Zodra een van de twee bronnen wegvalt of wijzigt, is niet meer te reconstrueren wat het effect op het totale percentage is geweest.

Een derde situatie: het percentage wordt afgerond of marketingmatig "opgerond" naar een ronder of gunstiger ogend cijfer voordat het in het paspoort terechtkomt, zonder dat de onderliggende berekening die afronding rechtvaardigt.

Een vierde situatie: het aandeel gerecycleerd rubber wordt losgekoppeld gepresenteerd van de rest van de rubbersamenstelling, waardoor een lezer van het paspoort niet kan nagaan of het percentage past bij de totale materiaalsamenstelling die elders in het paspoort staat.

Een vijfde situatie doet zich voor bij seizoensgebonden productlijnen: winterbanden en zomerbanden gebruiken vaak andere rubbermengsels, en een recyclingpercentage dat voor het ene seizoenstype is berekend, wordt onterecht doorgezet naar het andere. Op moet ik voor winterbanden andere gegevens in het paspoort zetten dan voor zomerbanden wordt toegelicht welke specificaties per seizoenstype kunnen verschillen.

Wat u kunt vastleggen

  • Een rekenverantwoording per productlijn: hoe het percentage gerecycleerd rubber is berekend, met welke invoergegevens en op welk moment.
  • Herkomstdocumentatie van het gerecycleerde materiaal per leverancier of partij, inclusief het aandeel dat die partij vertegenwoordigt in de totale rubbersamenstelling.
  • Een koppeling tussen inkoopadministratie en de persoon of afdeling die het paspoort samenstelt, zodat wijzigingen in materiaalstromen tijdig worden doorgegeven.
  • Een overzicht van de volledige rubbersamenstelling per productlijn, waarin het aandeel gerecycleerd materiaal een controleerbare plek heeft naast de overige bestanddelen — zie ook welke gegevens over de rubbersamenstelling moet ik vastleggen?.
  • Een dateringsafspraak: op welk moment een wijziging in het recyclingpercentage aanleiding geeft om het paspoort bij te werken, en wie daarvoor verantwoordelijk is.
  • Een interne afspraak over afronding: welke mate van afronding nog aansluit bij de onderliggende berekening, zodat het gepubliceerde cijfer verdedigbaar blijft.

Zodra de specifieke berekeningsmethode voor banden via een gedelegeerde of uitvoeringshandeling op grond van artikel 39 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) wordt vastgesteld, komt die hier terug. Tot die tijd is het vooral de onderbouwing — niet alleen het cijfer — die het verschil maakt tussen een paspoort dat een controle doorstaat en een paspoort dat vragen oproept.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.