tyrepas.eu

gelden er andere regels voor het productpaspoort in andere eu landen

Nee, de ESPR geldt overal in de EU hetzelfde

De verplichting rond het digitaal productpaspoort komt uit een Europese verordening, en een verordening werkt in alle lidstaten rechtstreeks en identiek. Er is dus geen ruimte voor een lidstaat om er een eigen versie van te maken, strenger of soepeler. Wat in Nederland geldt voor een bandenimporteur, geldt in dezelfde vorm voor een bandenimporteur in Duitsland, Polen of Spanje. Dat is meteen ook het verschil met een Europese richtlijn: een richtlijn moet eerst omgezet worden in nationale wetgeving, en daarbij kunnen lidstaten wél eigen keuzes maken. De ESPR is geen richtlijn maar een verordening, en dat maakt het verschil tussen "in elk EU-land hetzelfde" en "per land net iets anders".

Voor wie dit geldt, en waar de nuance wél zit

Deze gelijkheid geldt voor de kern van de verplichting: wie onder de verordening valt, welke productgroepen eronder vallen zodra dat via een gedelegeerde handeling is vastgelegd, en wat een productpaspoort minimaal moet bevatten. Dat volgt uit het toepassingsgebied en de definities in artikel 1 en artikel 2 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781), en die tekst is in elke lidstaat dezelfde. Waar het genuanceerder wordt, is bij de uitvoering. Verordeningen worden gehandhaafd door nationale markttoezichthouders, en de manier waarop een toezichthouder controleert, prioriteert of optreedt, is een nationale aangelegenheid. Dat betekent niet dat de regel verschilt, maar wel dat de praktijk van controle er in de ene lidstaat net anders uit kan zien dan in de andere. Voor de vraag of het productpaspoort überhaupt van toepassing is op banden, is dat overigens nog een aparte stap: dat wordt per productgroep vastgelegd, zoals beschreven op de pagina geldt het digitaal productpaspoort voor mijn banden.

Ook belangrijk om te onderscheiden: deze gelijkheid gaat over de ESPR-verplichting zelf, niet over alles wat verder nog met banden te maken heeft. Nationale regels op andere terreinen — denk aan douaneprocedures, btw-administratie, of specifieke handhavingspraktijken bij invoer — kunnen wel per land verschillen. Wie daar meer over wil weten, vindt achtergrond op de pagina over het productpaspoort en douane of btw bij invoer. De ESPR-verplichting op zich is echter uniform; het is de omgeving eromheen die per land kan afwijken.

Nog geen vaste datum, wel een vaste structuur

Er is nog geen gedelegeerde handeling gepubliceerd die specifiek voor banden vastlegt vanaf wanneer het productpaspoort verplicht is. Het ESPR-werkplan 2025-2030 noemt 2027 als verwachte periode voor die gedelegeerde handeling, maar dat is een planning, geen vaststaande datum. Zodra de handeling er is, geldt zij — net als de verordening zelf — in alle lidstaten gelijktijdig en op dezelfde manier. Er is dus geen risico dat de ene lidstaat eerder verplicht dan de andere: de datum van inwerkingtreding wordt in de handeling zelf vastgelegd en is voor de hele EU dezelfde. Dat de inhoud van zo'n gedelegeerde handeling per productgroep wordt uitgewerkt, staat beschreven in artikel 4 en artikel 8 van de ESPR, en de manier waarop de Europese Commissie productgroepen prioriteert, volgt uit artikel 18. Tot de handeling er is, verandert er dus niets aan de verplichting zelf — die moet nog worden vastgesteld — maar de basisregels over wie waarvoor verantwoordelijk is, staan al wel vast in de verordening.

Wat dit in de praktijk betekent voor een bandenbedrijf

Voor een bedrijf dat banden importeert, verhandelt of onder eigen merk verkoopt, is het praktische gevolg dat er niet per land een apart dossier hoeft te worden opgebouwd zodra de verplichting ingaat. Eén productpaspoort, samengesteld volgens de Europese eisen, voldoet in principe overal in de EU. Wie zich afvraagt welke rol hij daarin speelt, kan dat het beste in deze volgorde uitzoeken: eerst nagaan of de eigen rol die van fabrikant of importeur is, zoals toegelicht op de pagina ben ik importeur of fabrikant volgens de ESPR, want die rol bepaalt wie het paspoort moet laten samenstellen. Vervolgens is relevant of de verkoop via een eigen merk loopt, via een distributeur, of via een online marktplaats — voor elk van die situaties gelden net andere accenten, ook al is de onderliggende Europese regel dezelfde in elk land waarin verkocht wordt. Omdat handhaving nationaal is, kan het de moeite lonen om in de gaten te houden hoe de eigen nationale toezichthouder daarmee omgaat, maar dat verandert niets aan wat het productpaspoort inhoudelijk moet bevatten.

Waar dit uit volgt: artikel 1, 2, 4, 8 en 18

Dat de ESPR een verordening is en dus rechtstreeks en gelijk werkt in elke lidstaat, volgt uit de aard van het instrument zelf en uit het toepassingsgebied in artikel 1 en de definities in artikel 2 van Verordening (EU) 2024/1781. De bevoegdheid van de Europese Commissie om per productgroep gedelegeerde handelingen vast te stellen, en wat die handelingen moeten regelen, staat in artikel 4 en artikel 8. De manier waarop productgroepen zoals banden op de planning komen, staat in artikel 18. Geen van deze artikelen laat ruimte voor een lidstaat om een eigen, afwijkende versie van de verplichting te voeren.

Wie nu al wil voorbereiden wat er moet gebeuren zodra de gedelegeerde handeling voor banden er is, kan het beste beginnen met de eigen rol in de keten scherp te krijgen — als importeur, als distributeur, of als verkoper onder eigen merk — want die rol bepaalt straks wie het paspoort aanlevert, in elk EU-land waarin verkocht wordt.

Wat u concreet moet doen

Wat er van u wordt verwacht

De ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) is een EU-verordening, en dat woord is hier niet zonder betekenis. Een verordening werkt rechtstreeks in alle lidstaten, zonder dat elk land haar eerst in eigen wetgeving moet omzetten. Dat is een belangrijk verschil met een EU-richtlijn, waarbij lidstaten wél ruimte krijgen om zelf te bepalen hoe ze een regel invullen. Artikel 1 (onderwerp en toepassingsgebied) beschrijft het kader waarbinnen de verordening geldt, en dat kader is voor heel de Unie hetzelfde.

Eén set eisen aan de inhoud van het paspoort

De gedelegeerde handelingen die de inhoud van het productpaspoort per productgroep vastleggen, worden op EU-niveau opgesteld. Artikel 4 (bevoegdheden om gedelegeerde handelingen vast te stellen) en artikel 8 (inhoud van de gedelegeerde handelingen) beschrijven hoe de Europese Commissie die eisen bepaalt. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers betekent dit dat de gegevens die straks in het paspoort van een band moeten staan, niet per land verschillen. Een band die in Nederland op de markt komt, valt onder dezelfde inhoudelijke eisen als een band die in Polen of Portugal wordt verkocht.

Prioritering gebeurt centraal, niet per land

Artikel 18 (prioritering en planning) beschrijft hoe de Commissie bepaalt welke productgroepen als eerste aan bod komen. Ook dit is een centraal proces. Voor een importeur of groothandel die in meerdere EU-landen actief is, betekent dit dat er geen aparte tijdlijnen per land ontstaan voor het moment waarop de verplichting voor banden ingaat. Er is één moment waarop de gedelegeerde handeling voor banden van toepassing wordt, en dat moment geldt voor de hele Unie.

Wat wél kan verschillen: markttoezicht en handhaving

Wat de ESPR zelf niet regelt, is de precieze uitvoering van markttoezicht in elk land. Een verordening legt de norm vast, maar de controle daarop ligt bij de nationale markttoezichtautoriteiten. Dat betekent dat de wijze van controleren, en welke instantie dat doet, per lidstaat kan verschillen — al is de norm waaraan getoetst wordt overal dezelfde. Voor een bedrijf dat via meerdere kanalen verkoopt, waaronder een online marktplaats, is het goed te weten dat dit onderscheid — één inhoudelijke norm, uitvoering per land — ook relevant is bij wat het productpaspoort betekent als u banden via een online marktplaats verkoopt.

Waar het misgaat in de praktijk

Aanname dat een Duitse of Franse vestiging een eigen paspoorttraject nodig heeft. Omdat de eisen aan de inhoud van het paspoort op EU-niveau worden vastgesteld, is er in de meeste gevallen geen aanleiding om voor elke lidstaat een apart paspoort of een apart traject op te zetten. Verwarring hierover ontstaat vaak bij bedrijven die vanuit ervaring met andere, wél nationaal ingevulde regelgeving denken dat dit ook hier zo werkt.

Verwarring tussen CE-markering en het productpaspoort. Sommige bedrijven denken dat, omdat CE-markering en nationale keuringseisen soms per land net iets anders worden gecontroleerd, dit ook voor het productpaspoort zal gelden. De ESPR is echter een verordening met rechtstreekse werking, wat een ander uitgangspunt is dan bij richtlijnen die per land zijn omgezet.

Onduidelijkheid over wie in de keten verantwoordelijk is, los van het land van verkoop. De vraag welke schakel in de keten het paspoort moet laten opstellen, hangt niet af van het land waar de band wordt verkocht, maar van de rol die een bedrijf speelt: fabrikant, importeur of distributeur. Wie twijfelt over die eigen rol, vindt een uitgangspunt bij wie verantwoordelijk is voor het productpaspoort van banden en bij de vraag of een bedrijf importeur of fabrikant is volgens de ESPR.

Gedachte dat een fabrikant buiten de EU per afzetland andere afspraken kan maken. Omdat de inhoudelijke norm overal in de EU gelijk is, verandert er in de meeste gevallen niets aan wat er in het paspoort moet staan wanneer een fabrikant buiten de EU banden naar verschillende lidstaten exporteert. Wie hiermee te maken heeft, leest meer bij wie het productpaspoort regelt als de fabrikant buiten de Europese Unie zit.

Verwarring over douane- en btw-procedures versus het paspoort zelf. Aan de grens en bij invoer gelden douaneprocedures die per aard van de zending kunnen verschillen, maar dat is een ander proces dan de inhoudelijke norm van het paspoort. Deze twee zaken worden in de praktijk nogal eens door elkaar gehaald, wat leidt tot vragen die eigenlijk beter passen bij het onderwerp of het productpaspoort getoond moet worden bij de douane bij invoer van banden.

Wat u kunt vastleggen

  • Een overzicht van de EU-landen waarin de banden van uw bedrijf op de markt worden gebracht, met daarbij de rol die uw bedrijf per land speelt (fabrikant, importeur, distributeur).
  • Een interne notitie waarin is vastgelegd dat de inhoudelijke eisen aan het productpaspoort EU-breed gelijk zijn, zodat dit niet steeds opnieuw ter discussie staat bij nieuwe landen of nieuwe klanten.
  • Correspondentie met leveranciers of fabrikanten buiten de EU over wie het paspoort samenstelt, en met welke gegevens.
  • Een dossier met de gegevens die aan het paspoort ten grondslag liggen, zodat deze niet per verkoopland opnieuw moeten worden samengesteld.
  • Een aantekening over de datum waarop de gedelegeerde handeling voor banden wordt gepubliceerd, zodra deze bekend is — dat moment geldt voor de hele Unie tegelijk, niet per land verschillend.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.